Zij zit voor 't venster en droomt voor zich heen Haar kind'ren zijn 't huis uit, nu is ze alleen Ze denkt aan 't leven, och had 't wel zin Schommel, m'n schommelstoel, jaar uit jaar in
Haar zoon ging van huis en voer ver over zee Hij schreef slechts 1 brief maar hoelang wel gelee Schreef 'n paar regels "ik kom spoedig weer" Schommel, m'n schommelstoel steeds op en neer
Een vreemde trouwde haar dochter al vlug Wanneer ziet ze ooit nog haar jongste terug Een moeder blijft achter, wie denkt nog aan haar Schommel, m'n schommelstoel jaar achter jaar
Zij zit aan 't venster en denkt dag en nacht Dat haar het leven veel liefs heeft gebracht Dat kommer en zorgen op 't einde vergaan Schommel, m'n schommelstoel blijft toch nooit staan Blijft toch nooit staan